Weer

Weerkaarten

Algemene luchtgesteldheid boven Europa

Een hogedrukgebied boven Scandinavië zorgt voor overwegend droog en rustig weer in een groot deel van Midden-, Oost- en Noord-Europa.

Een complex Atlantisch lagedrukgebied komt over delen van West-Europa te liggen. Dit zorgt in eerste instantie voor een instroom van warme en vochtige lucht naar Frankrijk en de aangrenzende regio’s. Een storing trekt zo naar het oosten en zorgt donderdag voor periodes met regen of buien, met plaatselijk kans op onweer. Tussen de storingen door kunnen er tijdelijk opklaringen ontstaan.

Vrijdag trekt het lagedrukgebied richting de Noordzee en schuift het bijbehorende koufront op naar West-Europa. Aan de achterkant wordt koelere zeelucht aangevoerd. Het weer wordt dan wisselvalliger, met buien die soms gepaard gaan met onweer en een wind die kan aantrekken.

Verder naar het oosten blijft de invloed van het hogedrukgebied sterker merkbaar en blijft het weer over het algemeen droger en warmer, ondanks enkele plaatselijke buien of onweersbuien. In het Middellandse-Zeegebied blijft het overwegend zonnig en warm. Er kunnen echter plaatselijk onweersbuien uitbreken, met name in de berggebieden en in bepaalde regio’s van het westelijke Middellandse-Zeegebied.

Tijdens het weekend blijft het weer wisselvallig en koeler in West-Europa onder invloed van oceaanlucht, terwijl het in Oost-Europa en het Middellandse-Zeegebied warmer en over het algemeen droger blijft.

Legende van de frontkaarten

 

Oranje visgraatlijn: "convergentielijn" => duidt een zone aan waar de wind aan de oppervlakte samenstroomt. Deze convergentie aan de oppervlakte wordt geassocieerd met verticale opwaartse bewegingen, die vaak aanleiding geven tot een buienlijn of onweer. De convergentie kan in verband worden gebracht met twee samenkomende windfluxen, elk vanuit een verschillende richting, of met de aanwezigheid van een luchtlaag die warmer en vochtiger is dan zijn omgeving (thermische vore of thermisch lagedrukgebied).
Zwarte stippellijn: "trog"=> veroorzaakt verticale opwaartse bewegingen en leidt vaak tot stortbuien en/of een intensivering van de onweersactiviteit. In een trog is meestal een buienlijn aanwezig.
Rode lijn met halve cirkels : "warmtefront" => aanvoer van warmere lucht die vaak aanleiding geeft tot de vorming van een wolkenzone, die gepaard gaat met neerslag. Het front omvat de grens tussen de aangevoerde warme lucht en de koude lucht waarvan hij de plaats zal innemen. De positie van de halve rode cirkels toont de richting van de verplaatsing van het warmtefront.
Blauwe lijn met driehoeken : "koudefront" => aanvoer van koudere lucht die vaak aanleiding geeft tot de vorming van een wolkenzone, die gepaard gaat met neerslag. Het front omvat de grens tussen de aangevoerde koude lucht en de warme lucht waarvan hij de plaats zal innemen. De plaatsing van de driehoekjes duidt de richting aan waarin het koudefront zich verplaatst.
Paarse lijn met driehoeken en halve cirkels : "occlusiefront" => resultaat van de fusie tussen een warmte- en een koudefront. In het algemeen beweegt een koudefront sneller dan een warmtefront. Het haalt het warmtefront in om een uniek wolkensysteem te vormen, dat vaak aan de bron van neerslag ligt.
Afwisselend rode/blauwe lijn : "stationair front" => stationaire grens tussen een koude en een warme luchtmassa. De warme lucht bevindt zich achter de rode halve cirkels en de koude lucht bevindt zich achter de blauwe driehoeken.

Cookies opgeslagen